Onder een getal verstaan we hier een positief geheel getal.
We stellen ons de volgende vraag: Welke getallen kunnen geschreven worden als som van precies 2 kwadraten.
Stelling: Als k2 + 1 deelbaar is door n (voor een zekere k), dan kan n geschreven worden als som van precies 2 kwadraten.
Voorbeeld: 52 + 1 = 26 is deelbaar door 13, dus 13 is de som van precies 2 kwadraten. (13 = 22 + 32).
Bewijs:
We nemen dus aan dat k2 + 1 deelbaar is door n. (We veronderstellen k< n. Dat is altijd mogelijk omdat als k2 + 1 deelbaar is door n,
dan is ook (k-n)2 + 1 deelbaar door n, enz.)
Voor het Fareyrijtje waarin alle noemers kleiner zijn dan n geldt dat het getal k/n ergens tussen twee breuken uit het Fareyrijtje ligt, zeg a'/b' en a/b.
Nu ligt (a'+a')/(b'+b) niet in dat Fareyrijtje, want (a'+a')/(b'+b) ligt tussen de naaste buren a'/b' en a/b, dus b'+b > n.
Nu ligt k/n tussen a'/b' en (a'+a')/(b'+b) of tussen (a'+a')/(b'+b) en a/b.
Het maakt voor het vervolg niet uit welk van beide geldt, dus nemen we aan
dat k ligt tussen (a'+a')/(b'+b) en a/b.
Dan is |k/n - a/b| ≤ |(a'+a)/(b'+b) - a/b| = {{onder 1 noemer brengen}} = |ba' - b'a|/(b(b'+b)) =
{a/b en a'/b' zijn buren, dus ab'-ba'=-1}} = 1/(b(b'+b)) ≤ 1/(bn).
Dus {{met nb vermenigvuldigen}} |kb - na| ≤ n.
Voor c = |kb - na| geldt dus 0 < c < n.
Ook voor b geldt {{b is een noemer uit het [n]-de Fareyrijtje}} 0 < b < n.
Dus 0 < b2 + c2 < 2n.
Als nu ook nog geldt dat b2 + c2 deelbaar is door n, dan hebben we aangetoond dat n = b2 + c2 en we zijn klaar.
Nu is b2 + c2 = b2 + (kb - na)2 =
b2 + k2b2 - 2kbna + n2a2 =
b2(k2 + 1) + n(-2kba + na2) en elke term is deelbaar door n (want k2 + 1 is deelbaar door n).
We merken nog even op dat uit het bewijs ook nog volgt b en c geen gemeenschappelijke deler hebben, want
n = b2(k2 + 1) + n(-2kba + na2) = b2(k2 + 1) + na(-kb +/- c), dus
1 = b2{(k2 + 1)/n} + a(-kb +/- c).
Hieraan zie je dat als q een deler is van zowel b als c, dan is q een deler van 1, dus q=1.
Voor de volledigheid bewijzen we nog even de omkering van bovenstaande stelling:
Is n = b2 + c2 en ggd(b,c)=1, dan is n een deler van k2 + 1 voor zekere k.
Bewijs:
Als r een deler is van zowel c als n, dan is (daar n = b2 + c2) r automatisch ook een deler van b, en dus is r=1.
Als we de resten bekijken bij deling door n van het rijtje 1.c, 2.c, 3.c, ..., n*c, dan levert dat een rijtje van alle n verschillende resten, want
als bijvoorbeeld de rest van r.c bij deling door n gelijk is aan die van t.c, dan is r.c - t.c deelbaar door n, en daar n en c geen gemeenschappelijke deler hebben is
dus r - t deelbaar door n, en dat is onmogelijk want 0 < r - t < n.
Dus een van de resten is 1 (zeg rest(u.c)). Dan is uc-1 deelbaar door n en nu2 = u2(b2 + c2) =
(ub)2 + (uc)2 = (ub)2 + (uc-1)(uc+1) + 1, en dus is n een deler van (ub)2 + 1. qed