Google

Spreekbeurt over Volleybal

Anouk van Ee (Groep 6)

 

1. Het ontstaan van volleybal.

    Een meneer Morgan, heeft in 1895 in Amerika het spel volleybal bedacht. Hij heeft de spelregels van tennis, basketbal en basebal bij elkaar gedaan en zo ontstond volleybal. In 1925 kwam het spel naar Nederland. Na de oorlog in 1945 werd het een echte schoolsport. Toen werd ook de Nederlandse Volleybal Bond opgericht. Afgekort Nevobo. De Nevobo heeft ongeveer 130.000 leden.

     

2. Het veld.

    Volleybal wordt gespeeld met 2 teams van ieder 6 spelers. Het veld is verdeeld in 2 stukken, aan allebei de kanten staan 6 spelers. Bij de mini's spelen ze het spel met 3 of 4 spelers. De mini's zijn kinderen onder de 13 jaar. Het veld van de mini's is kleiner, de bal is lichter en het net hangt lager. Het veld bij de volwassenen is 9 bij 18 meter.

    Bij de mini's is het veld 6 bij 9 meter of 6 bij 12 meter. De nethoogte bij de heren is 2.43 meter en bij de dames 2.24 meter hoog. Bij de mini's 2.05 meter of 2.15 meter hoog.

     

3. De bal.

    De bal hoort heel licht te zijn. Hij is meestal wit van kleur. Bij de mini's weegt de bal 220 gram en bij de volwassenen 270 gram. Er is ook nog een speciale bal voor beachvolleybal. (laten zien). Dit is volleybal dat op het strand gespeeld wordt.

     

4. Wedstrijden

    Nederland is verdeeld in verschillende regio's.Onze vereniging speelt in de regio Nieuw Gelre. Als je begint met volleybal begin je meestal bij de F groep, daarna ga je door naar de E en D. Een miniwedstrijd duurt 2 x 12 minuten. Als er in je team meer dan 3 spelers zijn, dan moet de rest aan de kant zitten. Er wordt dan ingedraaid bij de serveerplaats. Voor de wedstrijd moeten er spelerskaarten en een wedstrijdformulier ingeleverd worden.

    Op het wedstrijdformulier staat waar de wedstrijden gehouden worden en wanneer en welke spelers er in het team zitten. Het team dat de opslag heeft scoort een punt als de tegenpartij een fout maakt. Bijvoorbeeld als de bal op de grond komt of als een speler de bal 2 keer achter elkaar geraakt heeft.

    De bal mag maximaal 3 keer naar een medespeler gepeeld worden, daarna moet hij het net over.Bij de wedstrijd van de volwassenen is er een scheidsrechter aanwezig en 2 lijnrechters en een teller. Bij de mini's is er alleen een scheidsrechter aanwezig en een teller. De teller zit aan de zijlijn en draait als er een score gemaakt is het scorebord om.

     

5. Een service

    Een opslag noem je ook wel een service. Een service kan je boven en onderhands doen. Bovenhands noem je ook wel een smash. Als je serveert sta je altijd bij de opslaglijn. Een voet moet er op de achterlijn staan. Als je de opslag hebt gehad wordt er altijd met de klok meegedraaid. Je mag dus niet zelf kiezen op welke plek je gaat staan.

    Verder heb je ook nog andere slagen: Blokken, dan steek je je handen boven het net uit zodat je de bal gelijk terug kan spelen. Het is de bedoeling dat je bij het blokken opspringt om boven het net uit te komen.

     

6. Het spelmateriaal

Als je een wedstrijd speelt moet je altijd goede kleding hebben. Een trui of t-shirt waar de naam van je club op staat. Een mooi broekje, kniebeschermers en goede gymschoenen. Vaak heeft je club ook een eigen logo, die moet ook op je t-shirt of trui staan. De kleur van het broekje is meestal hetzelfde als de kleur van je t-shirt.

 

 


zoek ook eens via:

Live Search

Kijk ook eens naar spreekbeurt over:

 

Homepage

 

laatste mutaties: 13-12-2008

© Anouk van Ee