Ser = Zijn
 
 
 
 
 

(yo) Soy
(tú) Eres
(él/ella/usted) Es
(nosotros) Somos
(vosotros) Sois
(ellos/ellas/ustedes) Son

ik ben
jij bent
hij /zij /u bent
wij zijn
jullie zijn
zij zijn
--------------------------------------------------------------
- Ser wordt gebruikt wanneer iets onveranderlijk  is.
Dit zijn paarden. Zij zullen morgen niet veranderen van soort.


Son caballos.
Het zijn paarden.


Este señor es cubano.
Deze meneer komt uit Cuba.

 

Voorbeeld van een conversatie:

Carmen:
Roberto:
Carmen: 
Roberto:
Carmen:
Roberto

Hola.
Hola, soy Roberto, ¿y tú?
Soy Carmen.
¿De dónde eres?
Soy española, ¿y tú?
Soy cubano.

Oefeningen online:
1 Ser
2
Ser
3 Ser
4 Ser (gevorderden)
5 Ser (beginners)
6 Ser
(beginners)

Woordenschat deze pagina:
Hola = hallo
Soy = ik ben
Y = en
Tú = jij
¿De dónde eres? = waar kom je vandaan? (waarvan ben je)
Eres = jij bent

Yo = ik
Tú = jij
Él / ella / usted = hij / zij / u
Nosotros = wij
Vosotros = jullie
Ellos /ellas / ustedes = zij / u (mv)

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

   
 
kostenlose filme gallerien chat geschichten abspritzen videos fotos