De Tweede Kennedymars van Vijfhuizen, gelopen op 2 en 3 september
2006
Verslag van een loper.
Enthousiast als we waren na de eerste Kennedymars, bleek het maken van
het plan om de tweede ook te gaan lopen, gemakkelijker dan de uitvoering
ervan. De een na de ander viel af in de voorbereiding. Alleen loopmaat
Ad was vast van plan de mars te gaan lopen. Was hij het niet die een jaar
eerder de bijna legendarische woorden had gesproken: “De Kennedymars, die
kan ik vanuit mijn stoel voorbereiden”.
De weersvooruitzichten waren matig. We zouden regen gaan krijgen. Vooral
in de nacht van zaterdag op zondag, zo was voorspeld.
Heb ik wel genoeg kilometers gemaakt? Is m’n laatst gelopen grote afstand
niet te lang geleden? Samengevat, ik had van de duinen bergen gemaakt en
van het strand een woestijn. De door mijn lijf gierende adrenaline zorgde
ervoor dat ik me er klaar voor voelde. 53 inschrijvingen, 48 vertrekkers.
Mooi vertrek uit de tent, onder de erehaag vertrekken, succes gewenst door
de bijna miss. Nico en co hadden het prikkerbeeld op een versierde kar
gezet en achter een tractor maakten ze het eerste rondje mee. In Stellinghof
druppelde het uit de lucht. Met te harde muziek, met zorg uitgekozen over
‘raining’ en ‘walking’, uit te kleine boxen. Moet je er maar niet achter
gaan lopen!
Het was weer even zoeken naar het lekkerste tempo. Op de Kromme Spieringweg
werd het eerste treintje gevormd. Een man of 10-12, twee aan twee, lekker
tempo. Weer terug bij de tent een bak koffie, enkele ‘nu-niet-en-vorig-jaar-wel-lopers’
moesten even slikken, nog een laatste kus en weer op pad. In de groep die
zich vormde, liep enige Kennedymars-ervaring mee. De route was bekend,
dat scheelde gepuzzel bij de paddestoelen. Daardoor liep het toch even
lekkerder. Het tempo was goed. Het was nog steeds droog en ook de
vergezichten ter hoogte van Spaarndam boden perspectief.
Bij de Stal een banaan soldaat gemaakt. Op zich niet opmerkelijk, maar
normaal eet ik geen bananen….. Maar ja, tijdens de Kennedymars is alles
anders. Loop je de hele nacht, terwijl iedereen slaapt.
Op weg naar het pontje. Een nieuwe ervaring, want op de Genieweg zaten
we vorig jaar mis. Even terugzakken dus en anderen de kans geven hun routekennis
te tonen. Flinke wind in de rug en van de zijkant. Nu de brug van de goeie
kant genomen, inclusief venijnig trappetje. Jos en consorten hadden zich
in een Olsthoorn-truck verschanst. Het leek wel een professionele catering!
Hoog en droog. Met onovertroffen broodjes bal. De pont kwam goed getimed
aanvaren.
Aan de overkant was het ook droog. De wind blies nog steeds mee en
Arjan gaf ons geschiedenisles over de dijk en het land eromheen. Waar vroeger
water was geweest. En dat rond vijf uur in de ochtend. Op weg naar het
keerpunt, de meubelboulevard in Beverwijk. Op een enkele demarrage na,
van Tiesto op je mp3 ga je blijkbaar vliegen, bleef de groep in tact. Op
weg naar het Gemaal in IJmuiden. Daar was het lekker druk. De droge-kleren-en-nog-meer-eten-en-dranken-tas
stond klaar. Weer koffie, goed belegde boterhammen, chocolade enzo.
De Ziertjes gingen hier douchen, een uur voor op het schema van vorig
jaar liggend, een uitvaller viel uit. Vertrekkend dook een bekende auto
op. Jacco kwam peilen hoe het ging. We zagen hem later nog terug. Eens
gelopen, blijkt het lastig afstand nemen. Mooi man! Bij de sluizen liet
ik me in de maling nemen. Wat maakt het uit welke sluizen je over gaat,
zeg je dan achteraf. Intussen al wat vroege, slaperige, telefoontjes gehad.
Altijd leuk.
De benen worden al wat gevoeliger. Mijn bril is op standje ‘minder
zicht’ aanbeland. De servetten in de verplaatste truck bieden uitkomst
en Jos geeft een stapel mee voor onderweg. Die kan je maar nodig hebben,
voorspelt hij. Op weg naar het strand gaat het druppelen. Niet hard, maar
wel nat.
Op het strand gekomen stopt het met zacht regenen. Het gaat over in
een harde striemende regen, opgezweept door de opeens stormachtige wind,
recht op de kop. Wel heroïsch, lachen we elkaar nog toe. Hans Groot
praat over het weer als oud-strandtent eigenaar. Kortom, het weer en wij
zijn de weg kwijt. De regenponcho zit nog strak opgevouwen in de tas. Hoezo
dwaas. Het kan nog harder, de wind en regen dan. Ik zie geen hand meer
voor ogen, als ik over mijn bril heen kijk wel. Een enkele dwaze jogger
loopt, met de wind mee, hard. Geen kunst aan. Nee, dan wij. Krachtenverslindend,
steeds natter wordend, m’n voeten zijn nog droog. Nee, nu niet meer. Eindelijk,
Parnassia doemt op. Hard werkend, de helling op, boven even wachten. Wat
een hel. Het binnenste servet is nog droog. Voor het overige niets. Om
‘warm’ te blijven, lopen we door. Ja, daar zat Ellen…….vorig jaar.
Het is rond half tien in de ochtend. We krijgen door dat er vijf uitvallers
zijn, tot dan toe (met als toevoeging: Het zijn geen Vijfhuizenaren). Lullig
voor hen, een stimulans extra voor ons om door te gaan. We zien een EHBO’er
op zoek naar werk. Maar niet bij ons. Natuurlijk wordt het zwaarder, zijn
de voetzolen week en de kleren nat. Toch besluit ik dat een ‘fris’ hoofd
nu prettiger voelt dan een ‘verhit’ hoofd vorig jaar. Onder een droog tunneltje
in het Zandvoortse wordt onder grote belangstelling Mariannes blarenverzameling
getaxeerd en geprikt. Weer op pad zingen we pijn en de kilometers weg.
Nauwelijks hoorbaar, door de DTM-race op het circuit. Zijn we bijna opgedroogd,
verstoort een bui dit bijna-genot weer.
Ad z’n zus zorgt dan al wat kilometers voor wat verfrissende input.
We zijn op weg naar de Duinrand. Net als we de Zandvoortselaan opdraaien
komen de Walsjes (2x) langsrijden. Wat een toeval. Houden we het
droog?
Sjaak komt het moreel versterken. En maakt het lopen lichter. Op weg
naar Groenendaal was vorig jaar erg zwaar. Nu ook, zeker de omhoog en weer
omlaag weggetjes. Een knie zegt bijna: ‘Bekijk het maar’. Ook Jochem en
familie sluiten aan bij de Oase.
Vlak voor rustpost Groenendaal zien we veel bekend fietsvolk. De familiefietstocht
steekt ons collectief een hart onder de riem. Een ligstoel biedt bijna
te veel ontspanning. Ik kan wat bagage kwijt. Nog een klein stukje. Het
is nu echt zwaar. Met een geleende mobiel meld ik het thuisfront dat we
tussen half vier en vier uur aankomen. De zon is ook gaan schijnen.
Op naar de Cruquius. Het is allen voor zich, God voor ons allen, of
zoiets. Bij de post Groene Weelde, een golfkarretje is bijna gestript.
Of ‘we’ even plaats wilden maken, nee, niet dus. Met bijna satanisch genoegen
werd ons gemeld dat de Big Spotters Hill weer genomen moest worden. Als
ik het voor het zeggen had, hadden we die links laten liggen. Ik had op
dat moment niet zo veel meer voor het zeggen, dus naar boven. En,
achterstevoren, met de trap naar beneden. Dat was beter voor de knieën
en de rest. We spraken af gezamenlijk op de brug af te lopen, daarna zou
het toch chaotischer worden. Het eerste kippenvelmoment was het bedanken
van mijn medelopers voor de fantastische tocht. Het weerzien met vrouw
en kinderen, buren, schoonfamilie en vrienden was weer indrukwekkend. Grenzen
zijn weer verlegd. Op naar de tent, overladen met bloemen, felicitaties
ontvangend. De felbegeerde medaille. De auto stond klaar. De afstand tot
de auto was zwaar. Het bed bleek zo lekker dat ik de huldiging heb gemist.
Van horen zeggen heb ik dat organisatie, vrijwilligers en lopers in een
warm bad gehuldigd zijn. Om dat bad volgend jaar ook te ervaren, loop ik
ook de 3e Kennedymars van Vijfhuizen weer mee.
September 2006, Peter Paul de Jong
Kennedymars-Vijhuizen
02/03-09-2006
2 september 2006 Kennedymars Vijfhuizen.
Na de twijfel op vrijdag of ik wel naar Vijfhuizen zou vertrekken, ging
ik zaterdag toch op pad. Van mijn rug had ik helemaal geen last meer, dus
de 80 kilometer moest mogelijk zijn.
Bij de inschrijving even snel kennisgemaakt met Gery van het W4W-Forum
en bij de tent nog een Forumlid, Ton. Even later kwam Erik er ook nog bij
en was het groepje compleet. Na het startschot in de tent gingen we door
een erehaag naar buiten waar we 12 kilometer in gezelschap van een muziekwagen
mochten verkeren. Op het laats was ik die wagen ook wel zat, maar goed
we kwamen weer bij de tent terug waar we een lekker kopje thee konden drinken.
Gezien de temperatuur heb ik de jas daar maar achtergelaten.
Maar we moeten weer op pad en vrolijk gaan we, onder leiding van Gery,
weer verder. Sommige stukjes waren wel erg donker en het was jasje aan,
jasje uit. Uiteindelijk heb ik de jas maar aan gelaten want dit is ook
geen doen. Plotseling dacht ik kikkers te horen kwaken en wilde hier een
opmaken over maken, maar het bleek een mobiele telefoon te zijn. Op 22,5
kilometer kwamen we weer bij een rust en na een boterhammetje, wat drinken
en een banaan gingen we echt het donker in. Hoewel er maar 50 deelnemers
waren liep je eigenlijk nooit alleen. Wij liepen dan met z’n 4en maar overal
zag je wel mensen of lichtjes in de verte.
Langs Stompetoren en een pad met woonboten dat ik herkende van het rondje
Zandhaas (1 maand geleden alweer) kwamen we bij het pontveer over het Noordzeekanaal.
Maar voor we overstaken stond ons eerst nog een verrassing te wachten.
Een vrachtwagen en wij mochten plaatsnemen op de laatklep, boven aangekomen
stonden de bankjes al klaar en kregen we een heerlijk broodje bal.
De verzorging onderweg was prima het onbrak ons aan niets. Maar na een
poosje gezeten moesten we toch weer op pad. Dit ging toch wel steeds moeilijker,
ondanks het feit dat we nog maar op 30km zaten lieten mijn spieren toch
wel merken dat ze er waren. Maar na een beetje zoekwerk aan de overkant
van het kanaal liepen we toch weer verder op naar het 40km punt. Op dit
stuk merkte ik dat ik eigenlijk een beetje te langzaam liep want toen mijn
tempo iets hoger ging het allemaal een stuk soepeler. Dan maar alleen lopen,
dat hield wel in dat ik extra goed op de pijlen moest letten en af en toe
ging het ook bijna fout. Heel onopvallend, maar toch aanwezig stond de
verzorging weer klaar. Volgend jaar moet de eigenaar van de winkel zijn
deuren maar open doen, kunnen we lekker op de luie banken zitten. Nadat
ik even had gezeten kwamen de anderen er ook al aan. Na de nodige bammetjes
en drank naar binnen gewerkt te hebben gingen we wederom op pad, op weg
naar de grote rust waar ook onze tassen zouden staan. Omdat het erg waaide
had mijn hesje ook niet zoveel nut meer en ging dus maar in de rugzak.
Dan maar voorzichtig lopen en goed uitkijken. Over het industrieterrein
(Hoogovens en ENCI) op weg naar het gemaal. Er kwam een trein met rollen
staal of iets dergelijk aanrijden en aangezien we over het spoor moesten,
was ik al bang dat ik moest wachten. Maar gelukkig de trein zelf moest
stoppen. Bij het gemaal aangekomen moesten even een trappetje op en daar
konden wel lekker uitrusten onder het genot van een broodje en een uitzicht
over het Noordzeekanaal. Hier ben ik dus maar even uitgebreid naar de WC
geweest, nu kon het nog. Gelukkig gaat wat betreft de stoelgang alles nog
prima, Dat is ook wel eens anders geweest.
Goed na een zeer uitgebreide rust gaan we weer op pad. Bij de sluis
aangekomen blijkt te brug open te staan en komt er een “bootje” zeer langzaam
aangevaren. Goede raad is duur. Wachten tot de brug weer dicht gaat, of
zoals Gery voorstelt naar de volgende brug lopen (vroeger toen ik naar
school fietste was de keuze niet zo moeilijk) We besluiten naar de volgende
brug te lopen. Een verstandige keuze achteraf, want als we weer aan de
overkant zijn blijkt de brug nog open te liggen.
Langs verschillende sluizen en het industrieterrein van IJmuiden komen
we weer in Nederland (tenminste als we het bord lang de weg mogen geloven)
Het begint ook weer eens te regenen en nu ziet het er naar uit dat dit
nog wel even zal aanhouden. Maar gelukkig daar hebben we de vrachtwagen
weer en wederom gaan we met de lift naar boven en kunnen droog zitten.
We zijn inmiddels op 51 kilometer aangekomen en het tempo en de pas wat
ik de voor het gemaal had krijg ik op een of ander manier niet meer te
pakken. Ook na de rust lukt het niet meer en tot overmaat van ramp begin
ik door de langdurige regen mijn rechterknie ook weer te voelen. Waarom
ben ik nu weer die knieband vergeten mee te nemen. Maar goed ik hoop dat
het goed gaat. We lopen over het fietspad richting het strand en ik heb
het idee dat het op dit moment even ieder voor zich is. We praten niet
meer zovele en van mij mag die wind wel weer eens gaan liggen. Maar nee
hoor we gaan het strand op, pal tegen de wind in en ook nog die vieze regen.
Het gaat steeds moeizamer en mijn knie begint steeds pijnlijker te worden.
Ik probeer deze wat te ontzien maar dat heeft alleen maar al resultaat
dat ik nu ook last van mijn rug begin te krijgen. Weliswaar niet op de
plek waar ik al een poos mee loop maar toch. Ik loop door tot aan Parnassia
en besluit dan met pijn in mijn hart te stoppen. Dit is niet verstandig
om door te lopen. Ik wens de anderen succes en ik hoop voor hen dat het
weer wat beter gaat worden.
Op 56,5 kilometer komt er wederom een eind aan mijn Kennedymars. Het
frustrerende is dat het daarna droog gaat worden en ik na een “warme” douche
weer fit naar de bushalte loop. Achteraf blijkt, en dat had ik onderweg
en op weg naar de tent niet eens door, dat alles zeik en zeik nat was,
Hoe lang zou het duren voor dat dit weer droog was als ik was doorgelopen.
Gelukkig de anderen hebben het gehaald en ik was de 5e uitvaller, of
er daarna nog weer deelnemers zijn gestopt weet ik niet.
Voor wat betreft de organisatie en de route zou ik volgende zo weer
een poging wagen.
Maar ja, wie weet dat duurt nog een jaar.
Bert heeft de hele tocht zonder klagen aan de rugzak gehangen dus hij
mag een volgende weer mee ….
Wanneer dat is blijft nog een verrassing .
Wandelgroet van Berend |